Het leven is uit de nacht verdwenen en de nacht uit het leven

0
72

Poppodium Annabel is dicht, het HipHopHuis heeft maanden geleden het licht al uitgedaan en de Biergarten heeft de openluchtbar met manshoge dranghekken afgesloten. Sinds het uitbreken van de coronapandemie is het tussen elf uur ’s avonds en vijf uur ’s ochtends aarde donker achter Rotterdam Centraal Station.

De nacht is uit het leven verdwenen. Of, zoals een bezoeker van de even verderop gelegen Rotterdamse undergroundbar POING snedig opmerkt: het leven is uit de nacht verdwenen. En het erge is, zeggen ze daar, dat bijna niemand erom lijkt te geven.

Neem de persconferentie, afgelopen dinsdag. Daar verscheen één regel in beeld: „Nachtclubs blijven gesloten.” Daar konden ze het mee doen, zegt Timo Koren, docent cultuurgeschiedenis aan de Erasmus Universiteit. In 2019 deed hij onderzoek naar nachtclubs in Amsterdam.

Experimenteren

Nachtdieren worden ze genoemd, de mensen wier leven zich voornamelijk tussen elf uur ’s avonds en vijf uur ’s ochtends afspeelt. Voor hen zijn dat vaak de belangrijkste uren van de dag.

Thys Boer voert de stichting N8W8 Rotterdam aan, een onafhankelijk adviesorgaan dat zich sterk maakt voor het nachtleven. Volgens hem zorgt het nachtleven voor talentontwikkeling, werkgelegenheid, sociale cohesie en vergroot het de aantrekkelijkheid van de stad. Wat de nacht voor hemzelf betekent? „Overdag is mijn to-dolijst vol, ’s nachts moet ik niets van een lijstje.”

De nachtdieren vinden het nachtleven allemaal belangrijk, om dezelfde redenen. In de nacht hebben ze zichzelf leren kennen, andere culturen leren kennen, voelen ze zich verbonden, ontstaan de mooiste plannen, is er plek om te experimenteren.

Vraag het aan Ofra Beenen, diskjockey en mede-oprichter van online radiostation Operator: „Ik kreeg mijn eerste kus in de club, en daarna volgden andere (liefdes)relaties. Maar nu zit iedereen op een app. Dat kan toch niet de bedoeling zijn.”

Of aan Marcel Haug, eigenaar van de gelijknamige comedyclub. „De nacht doorbreekt rangen en standen. Ik heb er veel geleerd over sociale omgang.”

Vaak weten ze niet waar de nacht eindigt en wie ze zullen ontmoeten. Maar dat is niet meer mogelijk in een leven waar al twee jaar lang iedere toevalligheid uit de ontmoeting is gesloopt.

Thys Boer van stichting N8W8 Rotterdam, die zich inzet voor het nachtleven in de stad.
Foto Dieuwertje Bravenboer

Eenzaamheid

Het leidt tot eenzaamheid, ziet Raven van Dorst. Voor de tv-serie Nachtdieren rijdt de Rotterdamse muzikant door de nacht, maar in de laatste twee seizoenen is de nacht nagenoeg leeg. De paar mensen die de non-binaire Van Dorst wel ontmoet, worstelen veelal met hun demonen, zegt die. „Ze zijn op zoek naar verbinding, maar er is niemand in de stad en dus zitten ze tot het ochtendgloren alleen, met hun zorgen.”

Tot aan de coronacrisis leefde Van Dorst zelf ook vooral in de nacht. „Ik sta het liefst op een podium, en daarna lekker stinken in een busje.” Maar de Europese tournee, die zou volgen op een album dat net voor de pandemie uitkwam, werd tot drie keer toe verplaatst. Uiteindelijk annuleerde Van Dorst die. „Bij iedere afzegging kreeg ik een deuk in mijn energie.” Dan, na een diepe zucht: „Hebben we die hele plaat voor Jan Lul gemaakt.”

Brave burgermannen

Dat het nachtleven geen prominente rol tijdens de coronapandemie speelt, verbaast onderzoeker Timo Koren niet. Aan het eind van de jaren negentig, waarin het nachtleven voornamelijk werd gekoppeld aan overmatig drugsgebruik, hevelde de landelijke overheid het nachtbeleid over naar de gemeenten. Die zetten vervolgens, geheel volgens de toen bejubelde theorie van de Amerikaanse socioloog Richard Florida, het nachtleven in om een creatieve klasse naar de stad te halen, om het toerisme aan te jagen en op die manier de stad interessanter te maken voor investeerders. „Het ging hen niet om de sociale waarde van het nachtleven.”

De nachtcultuur, wil hij maar zeggen, was voor de pandemie bij Rutte c.s. allang uit beeld. Daarnaast zetten de mensen uit het nachtleven zich af tegen de burgerlijke cultuur. En dan zouden ze nu ineens om hulp moeten vragen bij die brave burgermannen? „Nee, die mensen denken: gooi de boel zo snel mogelijk open, dan regelen we het daarna zelf wel.”

Stilte in het nachtleven in Rotterdam.
Foto Dieuwertje Bravenboer

Grenzen verleggen

„Wat kun je ook verwachten van een premier die het over discotheken heeft”, zegt Thys Boer. Hij zit aan de bar van POING die, met het oog op de vroege sluiting, om acht uur ’s avonds al vol is. „De burgerman, die het beleid maakt, heeft gewonnen.” Boer wijst op de open kerken: daar heeft niemand het meer over. Maar dat het nachtleven ook een soort religie is, dat de club een community centre is? „Dat dringt niet door.”


Lees ook: De afschaffing van de nacht toont de dominantie van de burgerman

„Dat de nachtcultuur niet als cultuur wordt erkend, is in deze pandemie bevestigd”, zegt Ofra Beenen over de telefoon. Ze is onderweg naar een feestje in Amsterdam. Beenen, die ook parttime docent is aan de Willem de Kooning Academie in Rotterdam, ziet de gevolgen bij haar studenten. Veel van hen hebben last van een burn-out of, zoals zij het noemt, een bore-out. „Ze worden onvoldoende geprikkeld. Zitten bij hun ouders in Capelle aan den IJssel of in een studentenhuis, zien steeds dezelfde mensen, verleggen geen grenzen. Ze missen een stuk in hun ontwikkeling.”

Maxime Lems in Comedy Club Haug.
Foto Dieuwertje Bravenboer

Dat ervaart ook Maxime Lems, student aan de Willem de Kooning Academie en barvrouw bij comedyclub Haug. Bij aanvang van de pandemie was ze negentien, ze kwam net op gang in het nachtleven. Leerde zich er te uiten, mat zich een andere, gedurfdere kledingstijl aan. „Ik keek naar anderen en dacht: zo kun je er dus ook uitzien!”

Toen de nacht op slot ging, pakte dat voor Maxime dubbel slecht uit. Niet alleen omdat ze niet meer naar cafés en clubs kon, ook omdat ze leisure & events management studeert – maar die evenementen vonden niet meer plaats. „Ineens dacht ik: waar doe ik het voor? Ik heb veel deskresearch gedaan, maar ik ben er niet op uit geweest.”


Lees ook: Elke clubber weet dat je spirituele ervaringen kunt hebben op de dansvloer

Ze werkt nu parttime in de comedyclub van Marcel Haug en Debbie van Polanen. Die verwezenlijkten hun droom, een eigen comedyclub, in de loop van 2019. Ze begonnen in een tijdelijk pand en verhuisden na vier maanden naar het huidige onderkomen aan de voet van de Willemsbrug. Het was een jaar waarin ze veel investeerden en weinig verdienden. Dat moest gebeuren in 2020, maar toen sloeg corona toe. De club ging dicht, het personeel naar huis en Marcel en Debbie staarden verdoofd vanuit een lege zaal over de Maas.

Overheidssteun kregen ze nauwelijks, zeggen ze. Die is immers gebaseerd op de omzet in 2019, en toen begonnen ze net.

Marcel Haug en Debbie van Polanen in Comedy Club Haug.
Foto Dieuwertje Bravenboer

Politieke opvlieger

Afgelopen weekend gingen ze weer open, met twee shows tot tien uur ’s avonds en een voorstelling op zondagmiddag. Maar hun plannen voor late night stand up comedy lijken nog lang niet uitgevoerd te kunnen worden. Late night comedy heeft een eigen dynamiek, weten ze. „De comedian die na zijn show in het reguliere theater verschijnt, is ongeremder, het publiek is losser, de grenzen worden vager.” Geweldige shows, zegt Haug, die voorheen comedians voor festivals en tv boekte, maar wanneer hij ze in hun club kan laten optreden? Geen idee.

Ook Thys Boer durft niet te voorspellen wanneer de nacht opengaat. Maar als het zover is, loopt het storm, zegt hij. En dan ligt een debacle als vorig jaar (‘dansen met Jansen’, zoals Hugo de Jonge zei) op de loer. Een politieke opvlieger, noemt Boer die opening, bedoeld om een wit voetje bij het publiek te halen. Daarom moet de wetenschap nu eerst zeggen wat er moet, en de ondernemer wat er kan. „Want een nachtleven met anderhalve meter, mondkap en verplichte zitplaats is een surrogaat nachtleven. Dat kan niet floreren.”

De nacht moet anders worden ingericht, zegt ook Raven van Dorst. Om te beginnen in Rotterdam. Want wat ziet Van Dorst als die na afloop van de opnamen ’s nachts de stad binnenrijdt? „Na vier uur zijn alleen nog de shoarmatenten en twee gaybars open. Leuk voor mij, maar voor de rest?”

Van Dorst pleit voor een andere opzet. „Twee jaar lang hebben we geëxperimenteerd met een dichte nacht. Laten we nu eens twee jaar experimenten met open sluitingstijden, dan bepaalt de ondernemer zelf wanneer de tent dicht gaat.”

Misschien, zegt die, wordt Rotterdam dan weer een culturele hotspot. „Want nu is het een metropool die zich als een gehucht gedraagt.”

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Vul alstublieft uw commentaar in!
Vul hier uw naam in