Millennials in Taiwan lachen om dreigende taal uit China

0
8

Floris-Jan van Luyn, oud-China-correspondent van NRC, komt donderdagavond in de eerste minuten van VPRO’s Frontlinie meteen maar uit de kast. Hij studeerde in 1989 Chinees in Taiwan. Toen was het er al onrustig, 33 jaar later ging hij terug voor deze reportage en de onrust is er wéér of nog steeds, of erger dan ooit. Hij maakt meteen duidelijk aan wiens kant hij staat in de burenruzie tussen China en Taiwan. Hij kiest partij voor David tegen Goliath, de muis tegen olifant, de democratie tegen dictatuur. Hij is inmiddels, zegt hij, een „activist”. Misschien niet handig om te zeggen voor een journalist, wel eerlijk.

Toen zeventig jaar geleden de communisten in China aan de macht kwamen, vluchtte de zittende regering naar het eiland voor de kust, destijds een provincie van China. En al zeventig jaar eisen Chinese partijleiders dat Taiwan weer bij China moet horen. Goedschiks of kwaadschiks. Voor de meeste Taiwanezen zijn die dreigementen een soort achtergrondruis. Als president Xi Jinping van China op het 20ste partijcongres oreert dat het eiland de „nationale eenheid en territoriale integriteit” in gevaar brengt, lachen de Taiwanese millennials hartelijk om die „plaat die is blijven hangen” en maken ze nog eens een meme van Winnie (Xi wordt door Taiwanezen afgebeeld als Winnie de Poeh.

Maar in Taiwan lezen ze ook de kranten en kijken ze tv. Wat Rusland kan, een buurland binnen denderen, kan China ook. En dan heb je er weinig aan dat je 70 procent van alle nepwapens in de wereld fabriekt. Taiwan heeft ook weinig echte bondgenoten. En dat vindt Floris-Jan van Luyn pijnlijk. Pijnlijk dat de VS, maar Nederland net zo goed, het economisch belang van handel met China belangrijker vinden dan een soeverein staatje steunen.

Een paar staten trotseren China’s toorn en hebben zich met een ambassade gevestigd in Taipei. Van Luyn spreekt de ambassadeur van Sint Vincent en de Grenadines. Wat heeft dit Caraïbische mini-eilandje daar in vredesnaam te zoeken? Tja, zegt de ambassadeur tegen hem. „It’s complicated.” Niet voor Van Luyn. Het mini-eiland staat wat hem betreft straks, mocht het op een oorlog uitdraaien, „aan de goede kant van de geschiedenis”.

Skipak voor honden

De lichtheid van Stand van Nederland(WNL) over het huisdier als melkkoe had verlichting kunnen brengen in de zwaarte van de avond. Maar ik kon er niet mee lachen, zouden ze in Vlaanderen zeggen. Zelfs niet om de denkspelletjes voor konijnen, het skipak voor honden, het hondenbier, en ook niet om het spuuglelijk designaquarium. Al helemaal niet meer toen ik begreep dat Nederlanders jaarlijks twee miljard uitgeven aan de verzorging en genezing van hun huisdieren (het zijn er 33 miljoen).

En dan is het nog een groeimarkt ook. Tachtig procent van de diereigenaren beschouwt het huisdier als gezinslid, zegt het CBS. Zo lang mensen er het geld voor (over) hebben, kunnen tot mensgemaakte dieren alle zorg krijgen die nodig is. CT-scans, chemokuren, voedingssupplementen, complexe operaties.

Toen zag ik dat de laatste van de vier afleveringen van Verloren kinderen, over probleemgezinnen ‘1000&1 sprankjes hoop’ heette (de eerste aflevering maandag heette nog 1000&1 problemen). Heb ik nog even terug gekeken. Astrid en Peter vierden voor het eerst in jaren een bij vlagen rustige vakantie met hun vier kleine kinderen. Merel en Gerson vroegen en kregen toch maar thuisondersteuning voor hun dochter van 6 met autisme en een emotieregulatie-probleem. Maar documentairemaker Sahar Meradji was niet de enige die het opviel dat het kleine broertje zijn zusje opvallend goed nabootste. Marjolijn en Ronald dachten met hun drie hoogbegaafde kinderen veilig in België te wonen. Maar dat belet de Nederlandse Jeugdzorg niet tot het doen van een spoedonderzoek.

Nou ja, laat ik zeggen, die sprankjes hoop, ik zag ze even niet.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Vul alstublieft uw commentaar in!
Vul hier uw naam in