Max van der Meulen gaat WK-favorietenrol niet uit de weg: “Ik ben hier om de beste te zijn”

Max van der Meulen gaat WK-favorietenrol niet uit de weg: “Ik ben hier om de beste te zijn”

Interview

Hij staat eerste op de wereldranglijst bij de junioren en geldt vrijdagnacht als een van de topfavorieten voor de wereldtitel: Max van der Meulen. De 18-jarige Hagenees valt op door zijn zelfvertrouwen, no nonsense- én winnaarsmentaliteit. Hoewel hij het moeilijk vindt om te beseffen, is hij zich bewust van zijn status. “Ik ben daar niet bang voor, want ik heb daar geen invloed op; ik ben hier om te winnen”, vertelt hij aan WielerFlits. Een kennismaking.

Van der Meulen werd geboren in Utrecht, maar na drie jaar verhuisden zijn ouders van de Domstad naar Den Haag. Hij is al meer dan twee weken in Australië. Eind augustus reed hij met zijn club Willebrord Wil Vooruit een UCI Nations Cup in Zuid-Korea, die hij ook meteen won. Daarna reisde hij met ploeggenoot Menno Huising af naar Australië, waar ze eerst bij een half-Nederlands gastgezin ten zuiden van Sydney verbleven. Daar had Van der Meulen het onwijs naar zijn zin. Sinds afgelopen donderdag zitten ze in het hotel van de Nederlandse WK-selectie. Pas daar ging hij de WK-omloop verkennen, om de zenuwen voor te blijven.

Wie is Max van der Meulen en hoe is hij in aanraking gekomen met wielrennen?
“Ik deed eerst aan voetbal, maar die sfeer was niet voor mij weggelegd. Ik wil altijd winnen en als je dan in een team zit dat niet diezelfde insteek heeft, is dat niet leuk. Mijn vader en opa rijden ook wielerwedstrijden, dus zodoende kende ik de sport. Toen in 2015 Tom Dumoulin bijna de Vuelta a España won, werd ik écht ongelooflijk fan van hem. De liefde voor het wielrennen ontstond toen ook. Dat werd steeds serieuzer, waarna ik met coach Norbert de Wit ben gaan samenwerken. Nu rijd ik bij Willebrord, waar ik me echt ontzettend thuis voel. Hier heb ik heel grote stappen gemaakt, al heb ik nooit bewust gedacht dat ik talent had of er goed in ben. Ik werd alleen nooit gelost. En nu sta ik op het WK. ”

Bij de junioren is dat vaak nog lastig te zeggen. Maar waar blink jij in uit?
“De laatste twee jaren eiste ik van mezelf dat ik de beste was. Ik besef het nog niet helemaal, maar ik begin steeds meer door te krijgen dat ik dit jaar toch wel grote resultaten heb neergezet. Het klopt dat de meeste junioren dat nog niet weten. Mijn kamergenoot Mees Vlot heeft dat bijvoorbeeld, al kan hij eigenlijk alles. Gezien zijn naam zou het leuk zijn als hij uitgroeit tot sprinter, haha. Al moeten er dan nog wat kilootjes bij. Ikzelf kan ook veel kanten op, behalve spurten. Maar mijn ambities en dromen liggen zeker in het ronde- en klimwerk. Dat zijn de vlakken waarin ik vooral uitblink. Al kan ik eendagskoersen ook aan.”

Van der Meulen wint namens Nederland de slotrit in Aubel-Thimister-Stavelot – foto: Max van der Meulen

In hoeverre is het een voordeel dat jij een vroege junior bent, die in januari verjaart?
“Tegenover de huidige wereldtop bij de junioren, weet ik niet of die er wel is. De nieuwe wereldkampioen tijdrijden Joshua Tarling, Menno Huising, Vlad Van Mechelen, Jan Christen, Antonio Morgado… Die zijn allemaal al redelijk vroeg in het jaar geboren. Maar dat is natuurlijk geen toeval. Ten opzichte van hen heb ik niet een groot voordeel, maar wel tegen jongens uit december van mijn jaar of eerstejaars. Je bent dan praktisch twee jaar ouder.”

“Je zal vast een fysiek voordeel hebben, maar ik ben geen wetenschapper. Het zit hem vooral op mentaal vlak, vind ik. Op dat gebied ben ik niet altijd even sterk geweest, maar ik merk dat ik dit jaar in staat ben om grote koersen te winnen doordat ik op mentaal vlak veel sterker ben. Wat dat betreft is je oudere leeftijd in deze categorie dan wel een voordeel.”

Door jouw indrukwekkende zege in Classique des Alpes en eindzeges in Slowakije, op Watersley en in Zuid-Korea, voel je dat je de wereldtitel kunt grijpen?
“Wat ik net bedoelde met dat ik niet helemaal besef met wat ik aan het doen ben, dat komt vooral omdat ik enorm gefocust ben. Ik train om de beste te zijn. Voor mijn gevoel kan je nooit helemaal de beste zijn. Dat gevoel zal dus altijd blijven. Ik ben nooit tevreden met wat ik heb gedaan. Het is wel een mooi rijtje met uitslag. Maar favoriet…”

“Ik denk daar niet echt over na. Een WK is een gewone wedstrijd, iedereen heeft twee benen, twee armen, twee wielen en een fiets. Iedereen kan die koers winnen. Dus ja, ik ook. Ik wil ook winnen, want ik wil eigenlijk alles winnen. Ik denk dat ik kan winnen, ik heb getraind om te winnen en ik ben ook niet bang om te zeggen dat ik kan winnen. Ik ben hier gekomen om de beste te zijn.”

Jullie hebben een goede ploeg met ook Menno, Mees, Sjors Lugthart, Viego Tijssen. Wat verwacht je van deze koers en hoe schat je jullie kansen in?
“Ik verwacht geen sprint. Ik hoorde van de Est Frank Ragilo (toekomstig ploegmaat, red.) – een vriend van mij – dat hij was gaan verkennen met Romet Pajur (dit jaar tweede in Parijs-Roubaix U19 en winnaar van de Ronde van Vlaanderen U19, red.). Dat is een sprinter die goed over een heuveltje kan. Frank zei dat-ie stiller en stiller werd naarmate Romet dat klimmetje opreed. Hij zei op een gegeven moment: ‘F*ck this rainbow jersey’. Laat maar zitten, dacht-ie (lacht, red.). Mount Pleasant is erg steil, dus dat moet mij zeker wel liggen.”

“Met Nederland hebben we een goede kans op de wereldtitel, al vind ik dat wel bizar om te zeggen. In mijn hoofd ben ik nog steeds Max van der Meulen uit Den Haag. Ik moet toch een beetje half accepteren dat ik eerste sta op de wereldranglijst voor junioren. Misschien ben ik inderdaad wel de favoriet voor dit WK. Dat is bizar, ik kan dat niet bevatten in mijn hoofd. Maar het is wel zo.”

“En Menno staat derde op die ranglijst. Ook hij heeft al zoveel gewonnen. Menno is ook een heel grote kanshebber. Mees reed meerdere top-10’s in Nations Cup, Sjors is super-supergoed en dat geldt voor Vigo net zo. In de breedte zijn we heel sterk. We maken een goede kans, vooral ook omdat we heel erg veel voor elkaar over hebben.”

Huising feliciteert Van der Meulen met een zege, illustratief voor hun band – foto: Max van der Meulen

Ik heb vijf buitenlandse namen opgeschreven die ik de grootste kans toedicht op de wereldtitel. Voor dat ik ze tegen jou vertel: wie zie jij als je grootste vijf concurrenten?
“Een WK winnen is best specifiek. Als je kijkt naar de laatste jaren, dan heeft bij de junioren eigenlijk altijd degene gewonnen die over heel het jaar de beste was. Dat zijn winnaars en geen jongens die als tweede of derde eindigen, maar daardoor wel hoog op de ranking staan. Winnaars winnen het wereldkampioenschap. Emil Herzog uit Duitsland is zo iemand. De Belg Vlad Van Mechelen plaats ik erbij. Jan Christen uit Zwitserland zeker ook. Ik zet Jørgen Nordhagen erbij, onze kleine Noorse opdonder. En voor de vijfde plek ga ik voor Mathieu Kockelmann uit Luxemburg én de Portugees Antonio Morgado.”

Grappig, mijn volgorde was: Morgado, Christen, Nordhagen, Van Mechelen en Herzog, met op het schaduwlijstje nog Pajur en Ragilo, met Kockelmann, Noa Isidore (Frankrijk), Dario Igor Belletta (Italië) en Tarling.
“Kockelmann moet bij die eerste vijf, of zes dan. Maak daar maar zeven van, want Menno hoort ook in dat rijtje. Omdat ze winnaars zijn. Ragilo is een heel aardige jongen, maar hij wint niet. Voor Isidore geldt hetzelfde. Belletta en Tarling? Ook niet. Sterker nog: die zullen niet overleven om de finale te doen.”

“Met alle respect, hoe goed je ook kan zijn: je pakt geen wereldtitel als je doorheen het jaar ook niet wint. Normaal gezien, dan. Daarmee zeg ik niet dat ik de regenboogtrui pak, omdat ik wél heb gewonnen. Maar zo’n Herzog weet hoe het is om te winnen. Christen ook. Dat is – denk ik – doorslaggevend op een WK voor junioren.”

Zou jij tevreden kunnen zijn met iets anders dan de wereldtitel?
“Nee. Ik kom om te winnen en ik wil altijd winnen. Wat ik bij veel jongens mis… Op het NK reden Mees en ik weg in een groep van acht man. Eigenlijk met de beste jongens van Nederland. We moesten toen nog 120 kilometer, maar Mees en ik waren de enigen die wilden doorrijden. Die andere jongens durfden niet door te rijden. Je moet durven verliezen en dat mis ik bij andere jongens. Ik koers om te winnen. Het boeit me niets of ik als vijfde of achtste eindig. Het enige dat telt is winnen. Zeker op een kampioenschap. Een medaille is leuk, maar het enige waar het om draait is dat truitje. Daar leef en koers ik voor vrijdag.”

“Maar: als ik er alles aan heb gedaan om te winnen, of ik in een situatie kom waar ik moet afstoppen voor een ploegmaat, of ik moet lossen of ik gewoonweg niets meer over heb… Dan heb ik alles eruit gehaald wat erin zit. Natuurlijk ben ik dan tevreden met een vijfde of zelfs twintigste plek. Maar er zal dan altijd iets knagen: ‘Verdomme, k*tzooi’. Alleen in beginsel kom ik hier om te winnen.”

V.l.n.r.: Huising, Lugthart en Van der Meulen voor het Opera House in Sydney – foto: Max van der Meulen

Overstap naar de beloften via Team DSM
Van der Meulen volgt sinds vorig jaar het traject van CyclingClassNL, dat is opgezet door onder andere Jumbo-Visma. Toch zien we hem komend jaar in het tenue van de opleidingsploeg van Team DSM. “Zij kwamen al heel vroeg in het jaar naar me toe. Ik had al lang voor mijn eerste koers in 2022 getekend bij deze ploeg. Vorig seizoen heb ik een paar mooie resultaten neergezet in nationale koersen in België, maar in geen enkele UCI-koers reed ik top-20. Het feit dat Team DSM daar doorheen keek en zo vroeg mij wilde hebben, straalde zo veel vertrouwen uit. Dat vind ik als mens ongelooflijk belangrijk”, legt hij uit.

“Dat is ook wat ik zo fijn vind aan Willebrord: ik voel me daar net als bij Team DSM gewild en geliefd. Dat is alles wat je nodig hebt om succesvol te zijn, denk ik. Die mensen willen me écht helpen. Bij DSM voel ik de passie bij Iwan Spekenbrink en Hans Timmermans. Je voelt dat ze de ploeg willen beter maken en dat ze mij willen beter maken. Dat proces is voor mij ook heel erg belangrijk. Niet alleen kijken naar resultaten, maar ook naar de ontwikkeling van de coureur én als mens. De visie van Team DSM past heel erg goed bij mij als persoon.”

Ook onderstreept Van der Meulen het trackrecord dat Team DSM heeft met het opleiden van talent, waaronder dus de coureur die hemzelf aan het wielrennen heeft gezet: Tom Dumoulin. “Zonder haar te gooien naar Jumbo-Visma, want dat is de beste ploeg ter wereld. Vanuit hun U23-ploeg stromen veel renners door naar de hoofdmacht, maar toch halen ze daar ook nog altijd renners van buitenaf. Dat maakt het ook zo’n goede ploeg. Bij Team DSM zie je dat de opleiding van de eigen jeugd toch meer centraal staat. Dat vind ik heel erg fijn. En het is mijn droomploeg, door die Vuelta van Dumoulin. Ik kijk daar ongelooflijk naar uit!”

Vergelijkbare artikelen

Meest populair