Kalveren gezond houden op onbeperkt melk, water en brok

Op deze vroege voorjaarsochtend ligt een van de kalveren in een blauw dekje in de iglo. ‘Onze dochter wilde graag dekjes voor de winter; blauwe voor de stiertjes en roze voor de vaarskalveren’, glimlacht melkveehouder Renate Jansen uit het Drentse Noord-Sleen.

Toch vormen de dekjes geen kleurenmengeling. Vooraan de rij iglo’s is de kleur alleen blauw, verderop alleen roze. ‘Als de veehandelaar de stierkalveren komt halen, dan hoeft hij alleen hier aan de voorkant te zijn. Hij komt zo niet in contact met de vaarskalveren voor de opfok. Dat is beter voor de hygiëne’, legt Harry Jansen uit.

Whiteboard

Iedere iglo is voorzien van een nummer. Bij de voerkeuken, waar de melk wordt klaargemaakt, hangt een whiteboard met per iglonummer de gegevens van het kalf. Daarbij zijn alle speenemmers voorzien van een nummer, dat correspondeert met dat van de iglo. ‘Zo kunnen we de emmers wassen en de koude melk verversen, waarna de emmer weer naar hetzelfde kalf gaat. Met het whiteboard kan iedereen de kalveren voeren, ook onze dochters Leonie en Lisanne,’ licht Renate Jansen toe.


Bij dit melkveebedrijf krijgt maar liefst 90 procent van de kalveren voldoende kwaliteitsbiest

Marijn van Brakel, jongveespecialist bij Denkavit

In oktober 2018 zijn de koeien naar dit nieuwe bedrijf gegaan. De oude stal was enkele kilometers verderop, midden in Noord-Sleen, en stond op een te krappe kavel. De bouw van een nieuwe stal maakt dat er wat betreft indeling rekening is gehouden met het dierenwelzijn.

Gemalen stro

Vanwege de diergezondheid koos Harry Jansen bewust niet voor gedroogde mest als boxvulling, maar voor gemalen stro op een koematras. ‘Ik vind stro mooier dan zaagsel. In stro zit zeker geen klebsiella. Ook is de werking van stro op het land beter’, constateert hij.



Renate Jansen houdt de gegevens van de kalveren bij. © Jan Anninga

Bij de bouw op de nieuwe locatie is alle ruimte gemaakt voor grote sleufsilo’s voor lasagnekuilen. Groot voordeel van zulke kuilen, waarop de verschillende sneden in laagjes over de volle lengte komen, is dat de dieren jaarrond een constant rantsoen hebben.

Soja in droogstand

Voor droogstaande koeien is hooi van natuurland een aanvulling. ‘Die koeien moeten voldoende eiwit hebben en niet te vet afkalven. Dat wordt door de voerleverancier goed doorgerekend. We hebben nu, zoals elders, graskuilen met weinig VEM en weinig eiwit. Er wordt nu in de droogstand soja bijgevoerd. Want de koeien moeten wel voldoende ruw eiwit hebben’, legt de Drentse melkveehouder uit.

Het streven is dat de koeien met een conditiescore van 3,5 in de droogstand komen. Na het afkalven moeten de dieren ook met een conditiescore van 3,5 aan de lactatie beginnen.

Veevoerspecialist en dierenarts

De voeding op het bedrijf is niet alleen een taak van de veevoerspecialist, maar ook van de dierenarts. Zij komen ieder half jaar bij Jansen samen om de situatie op het bedrijf in de volle breedte te bespreken. ‘Waar lopen we tegenaan en hoe kunnen we dingen verbeteren? Na dat half jaar wordt dit geëvalueerd. Wat is er gebeurd en wat voor resultaat heeft dit?’ zegt Renate Jansen.

‘De dierenarts zag dat het zetmeel onvoldoende werd benut. Bij het zeven zag hij veel grove delen in de mest. Daarop is overgestapt op het verstrekken van gisten aan het melkvee en de droogstaande koeien. Met 20 procent meer pensbacteriën door de toediening van gisten werd de vertering 8 procent beter. Daarmee kan die 50 cent per koe per dag uit’, rekent Harry Jansen voor.

Gewicht

Renate Jansen vult aan: ‘Dat zie je terug in de kalveren die werden geboren. Eind vorig jaar waren de kalveren van de vaarzen even wat lichter. De pinken worden nu twee maanden voor afkalven verhuisd naar de droge koeien. Met het verstrekken van de gisten werden de kalveren op een voor pinken normaler gewicht geboren.’

De verzorging van de kalveren is belangrijk, vindt Harry Jansen. ‘Een goede start is een must. De kalveren ontwikkelen zich beter en in de eerste maanden leeftijd wordt bijvoorbeeld het uierweefsel gevormd. Dat uit zich onder meer in een goede melkproductie als koe en het tijdig kunnen insemineren, waardoor vaarzen op een leeftijd van één jaar en tien maanden tot twee jaar afkalven.’

De kwaliteit van de kalveren komt ook naar voren uit het Programmakalf van Denkavit, waar de kalveren naartoe gaan. ‘In dit programma worden de gegevens van de vleeskalverhouder teruggekoppeld naar de zevenhonderd aangesloten melkveehouders’, zegt jongveespecialist Marijn van Brakel van Denkavit.

Hoge score biestopname

Zo worden na aankomst bij de vleeskalverhouder via een bloedmonster door antistoffen de biestopname en de biestkwaliteit gemeten. ‘Op die manier kun je ook het droogstandsrantsoen controleren. Een goede droogstand leidt tot veel antistoffen. Dit melkveebedrijf scoort met maar liefst 90 procent van de kalveren die voldoende kwaliteitsbiest krijgen beter dan het gemiddelde van 80 procent. Vier jaar geleden zat dit melkveebedrijf ook nog op 80 procent. Verder koppelen we de uitval in de eerste zes weken terug. Die is hier nul’, zegt Van Brakel.

Ook wordt het aflevergewicht per klasse teruggekoppeld, weet de jongveespecialist. ‘In het eerste kwartaal was het aflevergewicht van de Belgisch Witblauwe-kruislingkalveren 71 kilo. Dat is enorm goed. Het landelijk gemiddelde lag op 59 kilo. Met dit systeem van benchmarking willen we melkveehouders motiveren.’

Jansen is blij met dit programma. ‘Het geeft ook aan hoe het gaat met de opfok van de vaarskalveren’, zegt hij.

Refractometer

De biestkwaliteit wordt ook regelmatig gemeten met een refractometer. De kalveren krijgen niet alleen zoveel mogelijk biest, maar ook water is volop beschikbaar. ‘Wij noteren de brixwaarde van elk dier. Zo krijgen wij een beeld van de biestkwaliteit. De kalveren krijgen onbeperkt biest. Zo kunnen de dieren naar behoefte biest opnemen. Dat houdt wel in dat er meerdere keren per dag de opname wordt gecontroleerd’, licht de melkveehouder toe.

De kalveren van nul tot drie dagen worden voorzien van biestmelk en water. Na de biestperiode gaan ze over op kunstmelk. Deze hele periode duurt van drie dagen tot negen weken. In deze periode worden de kalveren voorzien van onbeperkt kunstmelk, water en brok. Voor het spenen gaan de kalveren geleidelijk over op kalverbrok en worden de ze voorzien van hooi.

Groepsiglo’s

Rond de leeftijd van vier weken gaan de vaarskalveren naar de groepsiglo’s. Op de leeftijd van drie maanden gaan de kalveren naar de ligboxenstal op stro. Na acht maanden gaan deze kalveren naar het ligboxgedeelte.


Vanaf een leeftijd van vier weken gaan de kalveren naar groepsiglo's.

Vanaf een leeftijd van vier weken gaan de kalveren naar groepsiglo’s. © Jan Anninga

De kalveren kregen eerst na de biest twee keer 4 liter per dag melk, maar dit leidde tot diarree. Daarom zijn de Drentse melkveehouders overgestapt op een onbeperkte melkverstrekking. ‘De lebmaag kan 2 liter melk hebben. Door onbeperkt melk te geven, kunnen ze vaker en meer drinken zonder dat de lebmaag overbelast raakt. Dit bevordert de groei’, legt Renate Jansen uit.

Overigens wordt hier in de wintermaanden vanaf gestapt. Als de melk te koud is, vinden de kalveren het minder lekker, weet Renate Jansen. ‘In de wintermaanden hebben we ze wel telkens warme melk gegeven, maar nu gaan we weer over op onbeperkt melken voeren.’

Betere weerstand

Het voordeel van onbeperkt melk voeren signaleert ook Van Brakel. ‘Uit ons volgsysteem komt naar voren dat deze kalveren zwaarder zijn dan kalveren die twee keer per dag melk krijgen. Bijkomend voordeel is dat deze zwaardere kalveren een betere weerstand hebben. Ze hebben een voorsprong’, constateert hij.

Wel is de controle bij onbeperkt melk voeren anders, benadrukt Harry Jansen. ‘Bij beperkt voeren staan de kalveren gelijk bij de emmers, bij onbeperkt voeren niet. Ook moet je goed kijken dat de dieren hun melk op hebben en moet je de emmers schoonhouden’, licht hij toe. Hierbij zijn controle en een goed management van belang.

Afweer gestimuleerd

Vanaf dag één krijgen de kalveren vers water. ‘Op warme zomerdagen drinken ze extra veel, omdat ze door het warme weer dorstig zijn. Ook wordt, in combinatie met de ruwvoerbrok die ze vanaf dag één krijgen, de penswerking, en daarmee de afweer, gestimuleerd’, legt de melkveehouder uit.

Groot voordeel van dit water uit zich in de gezondheid van de kalveren, vervolgt de ondernemer. ‘Je merkt aan alles dat ze sterker zijn. Mocht zich toch diarree voordoen, dan herstelt het kalf weer na een paar dagen. Het water spoelt het maag-darmsysteem schoon. Het medicijngebruik bij de kalveren is daarom nagenoeg niets. Dat is mooi meegenomen en het werkt prettig.’


Familie Jansen uit Noord-Sleen

Familie Jansen uit Noord-Sleen © Jan Anninga

Bedrijfsgegevens

Harry en Renate Jansen en hun dochters Leonie en Lisanne hebben een melkveehouderij met 130 melkkoeien en 90 stuks jongvee in het Drentse Noord-Sleen. Ze beschikken over in totaal 65 hectare, waarvan 49 hectare gras, 11 hectare mais en 5 hectare natuurlijk grasland. De huiskavel is 50 hectare, waarop weidegang wordt toegepast. De koeien worden door twee melkrobots gemolken. Op termijn is er plek voor een derde melkrobot. De melkproductie ligt jaarrond op 9.841 kilo melk met 4,60 procent vet en 3,69 procent eiwit.

Vergelijkbare artikelen

Meest populair