Platform31 kennis- en netwerkorganisatie voor stad en regio

0
76

Eind vorig jaar ondertekenden acht gemeenten, drie ministeries en meerdere kennisinstellingen de City Deal Gezonde en duurzaam voedselomgeving. Het is een vervolg op de City Deal Voedsel op de Stedelijke agenda. Daarin kregen partijen de gezonde en duurzame smaak te pakken. Samen slaan ze wederom de handen ineen om het voedingspatroon van de Nederlander gezonder en duurzamer te maken. Dat doen ze door de voedselomgeving in hun gemeenten te veranderen. Platform31 sprak met twee deelnemers: Karin de Jager, senior beleidsadviseur Gezondheidsbevordering bij de gemeente Rotterdam, en Liesbeth Velema, expert voeding en gedrag en projectleider programma Eetomgevingen bij het Voedingscentrum. Wat is een voedselomgeving en hoe kunnen gemeenten daarop invloed uitoefenen?

De City Deal richt zich op een gezonde en duurzame voedselomgeving, wat is dat eigenlijk?

Er zijn veel mogelijke definities. In de City Deal wordt het in de breedste zin van het woord bedoeld. Iemands voedselomgeving, ook wel eetomgeving, gaat enerzijds over de fysieke en online blootstelling aan eten en afbeeldingen van eten. Bijna overal waar iemand komt is eten of reclame voor eten te vinden. “Denk aan het voedselaanbod of de aanbieding in het bedrijfsrestaurant, het tankstation of de sportkantine en natuurlijk de supermarkt. Ook thuis bevind je je in een omgeving die je eetgedrag beïnvloed. Denk aan wat er thuis in de voorraadkast staat, de koektrommel en/of fruitschaal op tafel. En niet te vergeten de maaltijd die bij iemand ’s avonds op tafel komt. Het zijn allemaal aspecten van iemands fysieke voedselomgeving”, aldus Liesbeth Velema van het Voedingscentrum.
Anderzijds is er ook een sociale voedselomgeving. “Daarbij gaat het over eetgewoonten en (cultureel bepaalde) normen en waarden. Wat we eten en hoeveel we eten is mede bepaald door onze cultuur. Het is in tegenwoordig gebruikelijk om naast de drie hoofdmaaltijden, tussendoortjes te nemen. Een ander voorbeeld zijn portiegroottes. Deze zijn in de loop der jaren groter geworden. Wat eerst werd aangeduid als groot, word tegenwoordig verkocht als klein of medium”, legt Karin de Jager van gemeente Rotterdam uit. De voedselomgeving kan ook nog in bredere zin bekeken worden. Dan gaat het over het geheel van beleid en bijvoorbeeld belastingmaatregelen op het gebied van eten. In Nederland staat nu in het regeerakkoord een voorstel om meer belasting te heffen op voedingsmiddelen met veel toegevoegde suikers.

Wat maakt een voedselomgeving gezond?

Een gezonde voedselomgeving is een fysieke en sociale omgeving waarin de keuze bijna automatisch op de gezonde keuze valt. Daarin is weinig blootstelling meer aan ongezonde verleidingen. Een dergelijke omgeving zorgt ervoor dat mensen als vanzelf voor producten binnen de Schijf van Vijf kiezen. Ofwel, veel groente, fruit en volkoren producten. Denk ook aan vers, minimaal bewerkt, en overwegend plantaardig eten. Het is eten dat weinig verzadigd vet, suiker en zout bevat en dat op gezonde wijze is bereid. “Er zal altijd wel een ongezond aanbod blijven bestaan, maar die porties zijn in een gezonde voedselomgeving veel kleiner geworden en er zijn altijd veel gezonde alternatieven”, stelt Liesbeth Velema.

Is een gezonde voedselomgeving ook duurzaam?

Gezond en duurzaam gaan meestal hand in hand. Duurzame voedingsmiddelen komen uit het seizoen en zijn zo veel mogelijk plantaardig. Wat goed is voor iemands gezondheid, is vaak ook goed voor de planeet, zoals kraanwater drinken in plaats van frisdrank. Toch gaat die vlieger niet altijd op. Wil voedsel duurzaam zijn dan moet het ook duurzaam geproduceerd zijn met behoud van biodiversiteit en weinig CO₂/stikstof uitstoot. “Avocado’s zijn bijvoorbeeld heel gezond, maar vragen bij de teelt veel water (in vaak droge gebieden) en zijn daardoor niet goed voor de planeet. Andersom is falafel juist plantaardig en daarmee goed voor het milieu, maar tegelijkertijd gefrituurd en meestal best zout, waardoor dit product niet gezond genoemd kan worden. Maar dat zijn de uitzonderingen!”, licht Karin de Jager toe. Voor duurzaam voedsel is het ook belangrijk dat het transport ervan zo min mogelijk CO₂ of stikstof uitstoot met zich meebrengt door bijvoorbeeld via korte en lokale voedselketens te opereren.

Waarom richt de City Deal zich op de voedselomgeving en niet op het individu?

Aanvankelijk richten gemeenten zich vooral op individuen. Een groep geselecteerden wordt dan persoonlijk begeleid naar meer beweging en gezondere eetgewoonten. Dat zijn relatief dure interventies en meestal in het kader van overgewicht. Ze zijn vaak kostbaar en de positieve effecten kortstondig. “We kunnen ons blijven richten op voedseleducatie, maar zolang de voedselomgeving mensen blijft blootstellen aan overwegend ongezonde verleidingen, zal het effect van korte duur zijn”, aldus Karin de Jager. De huidige omgeving wordt ook wel aangemerkt als een obesogene omgeving. Er liggen overal verleidingen op de loer die het ons niet makkelijk maken om gezond en niet te veel te eten. “Inmiddels is bekend dat ongeveer negentig procent van onze voedselkeuzes relatief onbewust wordt gemaakt, ofwel op de automatische piloot. Slechts tien procent van wat we eten is een rationele weloverwogen keuze. Er is een grote misvatting dat we ‘vrij’ zijn in onze voedselkeuze. In feite kiest de omgeving voor ons. Als die vol ligt met ongezond eten en drinken wordt het erg lastig om gezond te leven”, bepleit Liesbeth Velema. Vooral in meer kwetsbare wijken is het aandeel fastfood hard gegroeid. Een deel van de mensen die hier wonen, hebben schulden en/of last van stress, waardoor gezond leven geen prioriteit heeft. Door die stress wordt het nemen van rationele weloverwogen beslissingen, ofwel gezonde voedselkeuzes, nog lastiger. De gezondheidscijfers in die wijken zijn dan ook slechter dan gemiddeld. De pilotprojecten van de deelnemende gemeenten aan de City Deal richten zich onder andere op het veranderen van de voedselomgeving in kwetsbare wijken. Ze verwachten daar het meeste effect te hebben.

Wat kunnen jullie als gemeenten doen?

Op dit moment zijn er voor gemeenten weinig mogelijkheden voor regulering. Zij kunnen bijvoorbeeld invloed uitoefenen via het standplaatsbeleid, bijvoorbeeld in de omgeving van scholen. Ook kunnen ze voorwaarden stellen bij het verlenen van subsidies aan culturele instellingen of bij het verstrekken van vergunningen aan (sport)evenementen. Ook bij de inkoop van diensten kunnen voorwaarden worden opgenomen over het voedselaanbod, zoals in de welzijnsopdracht.

De mogelijkheden verschillen echter per gemeente, omdat iedere gemeente zijn eigen beleid heeft. “In Amsterdam is bijvoorbeeld meer mogelijk dan in Rotterdam. Daar zijn strakkere regels mogelijk via het bestemmingsplan, bijvoorbeeld bij het weren van nieuwe snackbars nabij scholen. Wij kunnen dat niet, omdat in Rotterdam de bestemmingsplannen veel ruimte bieden. Dat heeft als voordeel dat innovatie en ondernemerschap kunnen floreren, maar betekent ook dat er weinig sturingsmogelijkheden zijn, wanneer het aanbod in een bepaald gebied eenzijdig is en overwegend ongezond”, betreurt Karin de Jager. Tegen horecaondernemers en retailers met een ongezond aanbod kunnen gemeenten op dit moment weinig doen. “Er is absoluut landelijke wet- en regelgeving nodig die bijdraagt aan de gezondheid van de Nederlander”, bepleit Liesbeth Velema.

Er is landelijke wet- en regelgeving nodig. Hoe kan dat eruitzien?

Op dit moment wordt daar volop over nagedacht. De wethouders van de vier steden van de eerste City Deal – Ede, Utrecht, Amsterdam en Rotterdam – stuurden een brandbrief aan voormalig staatssecretaris Blokhuis. Daarin drongen ze aan op juridisch instrumentarium voor gemeenten om de voedselomgeving van burgers gezonder te kunnen maken. Hij kon zich erin vinden en stemde toe het voor te leggen aan het nieuwe kabinet. “Er is nog niet duidelijk welke wet- en regelgeving het zal zijn. Dat moet nog geconcretiseerd worden. Maar de erkenning van de noodzaak is al grote winst”, zegt Karin de Jager trots. Er zijn mogelijkheden via de Omgevingswet, door van de voedselomgeving een juridische afweging te maken. Er wordt ook gedacht aan een wijziging in de Wet publieke gezondheid. En ook de invoering van een suikertaks als regelgeving zal bijdragen.

Wat zou nog meer helpen voor een gezonde en duurzame voedselomgeving?

Er is grote behoefte aan meer bewustzijn als het gaat om de impact van de voedselomgeving op onze voedselkeuzes en daarmee op onze gezondheid. Het zou fijn zijn als zowel bij het publiek als in de politiek bekender is dat mensen op dit moment ook weinig keuzevrijheid hebben in wat ze eten. “Ze worden beïnvloed door het ongezonde aanbod en de vele reclames. Ook al denkt iedereen alles zelf te kiezen. De sturende kracht van marketing is enorm”, verduidelijkt Liesbeth Velema. “Het huidige liberale gedachtegoed en rationele mensbeeld: ieder voor zich en ieder is wijs genoeg om zelf keuzes te maken, belemmert de gemeente om in te grijpen in de huidige obesogene voedselomgeving”, vult Karin de Jager aan. Kortom, meer besef van de noodzaak om als overheid in te grijpen in de voedselomgeving is hard nodig.

Hoe proberen jullie de Rotterdamse voedselomgeving te verbeteren?

In Rotterdam zetten we al jaren in op een gezonder voedselaanbod. “Dat doen we door voedselaanbieders professionele begeleiding te bieden bij het stapsgewijs gezonder en duurzamer maken van hun voedselaanbod. Het gaat dan over publieke instellingen zoals ziekenhuizen, verpleeghuizen, scholen, sporthallen en kinderboerderijen. Daarbij zijn we helaas nog steeds afhankelijk van de bereidheid van de instanties”, vertelt Karin de Jager. Verder is Rotterdam partner in de alliantie Stop Kindermarketing ongezonde voeding en stimuleert ze kennisdeling via bijvoorbeeld masterclasses aan de partners in het netwerk Gezond010. Zo werken ze aan bewustwording en aan de skills van de professionals die dagelijks verantwoordelijk zijn voor de maaltijdvoorziening in onder andere scholen, zorginstellingen en bedrijven. Rotterdam zet als JOGG stad met het programma Lekker Fit al vele jaren in op onder andere extra beweegonderwijs, smaaklessen, gezonde traktaties en waterdrinken op scholen voor primair onderwijs en kinderdagverblijven. In Rotterdam zijn we ook met verschillende opleidingen in gesprek gegaan. “Via Sponsoring van ‘Student en Leefstijl’ is inmiddels bereikt dat in de artsenopleiding ‘gezonde leefstijl en voeding’ is toegevoegd aan het curriculum. Datzelfde zouden we graag willen in de horeca-opleidingen. De bedoeling is om dat in City Deal verband op te pakken. Dat kan op termijn een groot verschil gaan maken”, deelt Karin de Jager.

Wat is de bijdrage van het Voedingscentrum in deze City Deal?

Het Voedingscentrum doet mee als kennispartner. “Zelf werken we al jaren aan tools en richtlijnen om de eetomgeving gezonder en duurzamer te maken: Richtlijn Eetomgevingen. Door samen te werken met de acht gemeenten, drie ministeries en de andere kennispartijen vergroten we onze slagkracht”, verduidelijkt Liesbeth Velema. Het Voedingscentrum heeft handvatten voor gemeenten en een checklist voor organisaties om hun voedselaanbod gezonder en duurzamer te maken.

De City Deal loopt vier jaar. Wanneer is hij voor jullie geslaagd?

Er zijn vele ambities die ze beiden graag gerealiseerd zouden zien. Als ze moeten kiezen dan is dat duidelijk de aanwezigheid van een wettelijk instrumentarium waarmee de gemeente daadwerkelijk invloed kan uitoefenen op de voedselomgeving. Het zou ook fijn zijn als er over vier jaar al enige verandering is te zien in de normen en waarden bij consumenten en voedselaanbieders over eten en het effect van de voedselomgeving. “Het zou grote winst zijn als over vier jaar gezond en duurzaam eten en ook het zorgen voor gezond en duurzaam voedingsaanbod veel normaler is geworden”, aldus Liesbeth Velema.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Vul alstublieft uw commentaar in!
Vul hier uw naam in