Nieuws Edam-Volendam, Landsmeer, Purmerend en Waterland

Coronapandemie De tijdelijke coronamaatregelen mogen niet in de wet worden verankerd, schrijven Stan Baggen, Rosalie Smit en Jona Walk.

Het kabinet wil de coronamaatregelen vastleggen in een permanente wet. Dit in reactie op de weigering van de Eerste Kamer om de Tijdelijke wet maatregelen Covid-19 voor een vijfde keer te verlengen. Het conceptvoorstel werd de afgelopen maand echter fors bekritiseerd met termen als ‘slordig’ en ‘haastwerk’, onder andere door de burgemeesters en de Eerste Kamer.

Die kritiek richtte zich vooral op de wijze waarop maatregelen zouden worden ingevoerd en op het onbegrijpelijke gegeven dat het kabinet de maatregelen in de wet wil vastleggen zonder enige evaluatie van de effectiviteit en/of schadelijkheid. Maar hoe terecht die kritiek ook is, een belangrijke vraag dreigt te worden overgeslagen: moeten ze überhaupt een plaats hebben in onze samenleving en in ons rechtssysteem?

Stan Baggen is advocaat; Rosalie Smit is antropoloog; Jona Walk is arts. De schrijvers zijn mede-initiatiefnemers van de Vierde Golf, een politieke vereniging die zich inzet voor een kritisch gesprek over de coronacrisis en de rechtsstaat.

Het kabinet wil de wet nog dit najaar kunnen inzetten tegen een ziekte die een grote meerderheid van de Nederlanders de afgelopen 2,5 jaar heeft doorgemaakt. We hebben het niet meer over een crisismaatregel bij een onbekend virus, maar over een verandering van de manier waarop wij ziekten bestrijden. Op dit vlak dwingt de coronacrisis ons na te denken over de vraag: willen we een samenleving die het bestrijden van infectiezieken boven alles verheft en daarbij alle nevenschade accepteert?

Sociale samenhang

Het opnemen van brede, collectieve, vrijheidsbeperkende maatregelen in de Wet publieke gezondheid normaliseert een aanpak van infectieziekten die het domein van gezondheid overstijgt. Iedereen heeft ervaren hoe diep de maatregelen ingrepen in het dagelijks leven, onze mentale gezondheid en de sociale samenhang die tot aan de keukentafel toe onder druk is komen te staan. Mensen werden ziek van corona, zeker. Maar ook van de maatregelen.

Het wetsvoorstel verandert de relatie tussen burgers en de overheid fundamenteel. Zo bepaalt de wet dat iedereen altijd een veilige afstand tot anderen moet houden. De ‘ander’ wordt zo wettelijk vastgelegd als een mogelijke bron van gevaar. Met de nieuwe wet worden virussen collectief bestreden op basis van modellen waarin mensen slechts worden beschouwd als getallen, zonder individuele keuzes of verantwoordelijkheid. Maar mensen verschillen in hun opvattingen en hun prioriteiten, zeker ook in de mate waarin ze bereid zijn risico’s te nemen. Wat voor de één een obstakel is voor epidemiebestrijding, is voor de ander een voorwaarde voor een goed leven.

Zo riskeren we dat maatschappelijke waarden niet meer worden meegewogen als ze niet makkelijk in modellen te vatten zijn. Voor voorbeelden hoeven we niet ver terug te gaan. Nog maar een paar maanden geleden stonden buren en vrienden elkaars QR-codes te controleren in sportkantines, konden mensen de grote momenten in hun leven niet vieren met hun dierbaren, en stierven ouderen in eenzaamheid terwijl familieleden achter bleven met de trauma’s van het gemiste afscheid. Groepen met macht en politieke invloed keken weg terwijl de zwaarste schade werd geleden door kinderen uit lagere sociaal-economische klassen.

Er zijn zeker situaties denkbaar waarin grondrechten tijdelijk moeten worden beperkt, maar dit wetsvoorstel maakt grondrechtbeperkende maatregelen niet het laatste redmiddel bij een pandemie, maar onderdeel van een reguliere modelmatige aanpak. Bij die benadering verliezen we menselijkheid en ruimte voor pluriformiteit. Het geeft de overheid een vorm van zeggenschap over onze gezondheid en over ons dagelijkse leven die zij niet zou moeten hebben. Het maakt normaal wat nooit normaal mag worden.

Vergelijkbare artikelen

Meest populair